#18
Landelijk tenten-kamp voor politici en kunstenaars
Laat progressieve kunst en politiek een nieuw gezamenlijk project definiëren

Kunst en politiek hebben weinig meer met elkaar te maken. Kunstenaar Jonas Staal vindt dat onlogisch. Zonder politieke dimensie is kunst niet meer dan alleen een product – een voorstelling of een tentoonstelling. En als je een product niet meer nodig hebt, dan gooi je het weg. Dat is precies wat er nu gebeurt met de cultuurbezuinigingen. Staal oppert daarom een landelijke serie trainingen, waarin politici en kunstenaars intensief op zoek gaan naar hun gemeenschappelijke belangen en idealen.
De overeenkomst tussen politici en kunstenaars
Staal ziet een grote overeenkomst tussen progressieve politici en progressieve kunstenaars: “Politici en kunstenaars zijn medevormgevers van onze samenleving, ze delen daarin reeds het auteurschap. Dat is alleen allesbehalve expliciet. Het is daarom noodzakelijk dat beiden opnieuw een gezamenlijk project definiëren. Alleen dan kunnen ze elkaar versterken.” Die samenwerking is verdwenen sinds Elco Brinkman het cultuurbeleid toespitste op hoogwaardige kunst en ‘artistieke kwaliteit’. Het oordelen over kunst werd uitbesteed aan raden met experts. Een wethouder mag niets meer vinden van een theatergezelschap of museum in zijn of haar stad, maar kan alleen nog vriendelijk het contact met kunstenaars onderhouden. Wat rest is wat beeldend kunstenaar Hans van Houwelingen beschreef als een hardnekkige retorische patstelling tussen elitaire autonome kunst enerzijds en enge staatskunst anderzijds.
Een serie landelijke trainingen
Staal is ervan overtuigd dat kunst en politiek opnieuw de handen ineen moeten slaan en organiseerde samen met de Amsterdamse wethouder Carolien Gehrels en beeldend kunstenaar Van Houwelingen begin mei een evenement in kunstcentrum W139. Vier dagen lang sloten vier kunstenaars en vier politici zichzelf op, in een opstelling die nog het meest deed denken aan een tentenkamp, om af te rekenen met het ideologisch vacuüm waarin kunst en politiek zich bevinden. Voor Koers Kunst stelt Staal voor om dergelijke bijeenkomsten veel vaker te organiseren. Staal: “Het trainingskamp als plek voor ideologische herijking en experiment in samenleven op microniveau is een krachtig instrument.”
Staal denkt aan een tiental meerdaagse sessies, door het hele land, tussen vooraanstaande wethouders, lijsttrekkers en andere politici en ervaren artiesten, ontwerpers en andere kunstenaars. Het gaat om kleine groepen van acht mensen, die gedisciplineerd willen proberen de impasse tussen politiek en kunst te doorbreken. Staal denkt aan diepgravende ontmoetingen waarin kunstenaars en politici elkaar leren vertrouwen en elkaar op hun denkbeelden kunnen aanspreken.
De inzet is om tot een nieuw ontwerp te komen van de open samenleving, waarin democratie een gedeeld politiek en artistiek project kan worden.
Programma nauwgezet vormgeven
Hoe zien deze trainingen die Staal voorstelt eruit? “Het is essentieel dat het programma en de plek waar de training plaatsvindt bewust zijn toegesneden op focus, discipline en resultaat, zodat je niet in de voor de hand liggende valkuilen trapt.” Zo heeft de retraite een onafgebroken lengte van vier dagen, zodat de kans dat de deelnemers hun vertrouwde agenda’s neerleggen het grootst is. In W139 lag het ontwerp van de ruimte succesvol in handen van designcollectief Metahaven en architect Paul Kuipers. De gezamenlijke gesprekken die politici en kunstenaars voeren hebben geen voorzitter. Staal: “Door samen te leven werd het niet alleen reflectie op bestuur en samenleving, maar tegelijk een experiment in zelfbestuur.”
Kunstenaars hebben een politieke taak
Staal beschouwt kunst als het ultieme verbeelding van de beschaving. Maar hiermee is kunst niet gevrijwaard van politieke belangen. Sterker nog: kunst wordt vaak als instrument ingezet voor politieke doeleinden. Zo wordt kunst gebruikt als sociaal bindmiddel, maar ook om economische waarde te generen, bijvoorbeeld in het vastgoed. Kunst kan dus politieke belangen dienen, maar andersom kunnen kunstenaars ook politieke invloed uitoefenen of zelfs politiek bedrijven. Tijdens de bijeenkomst in W139 kwamen de acht deelnemers uiteindelijk tot de contouren van een nieuw politiek ideaalbeeld waarin kunst niet langer één van de categorieën is waarover een politicus een mening moet hebben, maar waarin kunst centraal staat. “Nederland moet zich als hoogontwikkelde staat de vraag stellen: wat willen we? Willen we nóg meer werken, nóg hoger komen in de lijstjes van meest productieve landen, in permanente competitie blijven? Of is er een ander perspectief waarin het scheppende vermogen van elk mens centraal staat in een gedeeld ideologisch project?
Kunst als luxe
Staal vindt dat kunstenaars naast een artistieke taak ook een politieke taak hébben. “Want kunst kan iets wat de politiek niet meer kan: een conflict zichtbaar maken en het tegelijk intact houden. Het faciliteren van onverenigbare meningen is de kern van een progressief democratisch ideaal, omdat hiermee het politieke proces – in en buiten het parlement – echt openbaar wordt.” Tegelijkertijd erkent Staal dat kustenaars zich al lange tijd afzijdig houden van politiek. Maar juist nu vindt Staal het nodig dat kunst ook een politiek rol krijgt. “Want als kunst niet geaard is in meerdere domeinen in de samenleving wordt het een luxeproduct, een vorm van entertainment. Dat is wat er nu is gebeurd en waarom de kunst nu ook zo makkelijk afgeserveerd kan worden.”
(Beeld: Maaike Lauwaert)
Wie is Jonas Staal?
Jonas Staal (1981) is beeldend kunstenaar. Zijn werk behandelt de relatie tussen kunst, politiek en ideologie en is regelmatig aanleiding geweest voor publiek debat.
Met wie sloot Staal zich op?
Tijdens het project Allegories of good and bad government sloot Staal zich vier dagen lang op samen met Salima Belhaj (lijsttrekker D66 Rotterdam), Carolien Gehrels (wethouder cultuur Amsterdam, PvdA), Ruud Nederveen (burgemeester van Bloemendaal, VVD), Mariko Peters (Tweede Kamerlid GroenLinks), Michiel van Wessem (wethouder cultuur Arnhem, VVD), Nicoline van Harskamp (beeldend kunstenaar), Jeanne van Heeswijk (beeldend kunstenaar), Hans van Houwelingen (beeldend kunstenaar)
Meer dan kunst en politiek alleen
Staal benadrukt dat de progressieve alliantie verder gaat dan kunst en politiek alleen. Ook journalistiek, onderwijs, wetenschap moeten erbij betrokken worden. “De cultuursector doet nu alsof de bezuinigingen volledig op hen gericht zijn. Maar het gaat om een aanval op alle kritische factoren die een open samenleving voorstaan: de marginalisering van de vakbond, het inperken van de WOB, het kraakverbod, enzovoort. Als het verband tussen de groepen die daarbij betrokken zijn voelbaar wordt, kun je tot werkelijk draagvlak komen. Een aanval op een van deze sectoren is een aanval op de ander.”
In aanvulling op bovenstaande. http://issuu.com/gwaling/docs/geerten_waling_volkskrant_20110505
Hartelijke groet,
Geerten
Kunst heeft inderdaad ook een politieke taak.
Doel is om mens en samenleving in een opwaartse spiraal te manoeuvreren.